Het is Paarse vrijdag.
Ik hoor (Radio 1) enge inbellers.
Een man is er zeker van dat vandaag jongetjes in meisjeskleren naar school moeten.
Uiteraard wordt dat door deskundigen weerlegd, maar of dat wat helpt?
Een maand of wat geleden was ik ergens waar in een wachtkamer de Donald Duck lag.
Leuk!
Ik las een verhaal over Dagobert. Willie Wortel had een prima beveiligings-systeem voor zijn geldpakhuis gemaakt.
Alleen oom D. zelf kon er nog in. Alleen moest hij even een profiel aanmaken.
Wat hij uiteraard vergat en toen werd het leuk.
Meteen na het lezen van het verhaal kom ik binnen bij de hulpverlener en vertel hoe leuk ik dat verhaal vond.
Zij niet.
Ze legt uit het niks de associatie met kinderen die op hun 5e al worden geconfronteerd met transseksualiteit.
Op school.
Schande.
Ik heb geen kinderen, ik kén ook geen kleine kinderen dus ik weet niet of wat ze zegt waar is.
Zij heeft die kinderen wel (gehad – haar kids zijn nu begin twintig) en ze praat erover alsof ze het zeker weet.
Zodat ze me bijna doet twijfelen.
Common sense houdt me nuchter.
Zodat me vooral bij blijft hoe fel en echt woest ze dit verhaaltje vertelde.
Dat van het profiel vond ze trouwens ook gelul.
Terwijl ik denk dat je niet vroeg genoeg kunt beginnen met computer-kundig worden.
Het laatste ben ik met je eens. Kinderen pakken het digitale sowieso supersnel op.
Het onder de aandacht brengen van transsexuelen bij 4/5-jarigen heb ik beslist moeite mee. Laat ze lekker kind zijn! Ze zijn zelf nog lang niet bezig met hun eigen sexuele ontwikkeling. Het aan het begin van deze ontwikkeling de mogelijkheid openhouden ‘Voel je je wel echt een meisje/jongen?’ vind ik sterk lijken op pushen en hoort niet thuis op scholen.
Overigens heb ik totaal geen moeite met transgenders/sexuelen. Mijn nichtje heeft een jongensnaam aangenomen en wil aangesproken worden met ‘het’. Prima. Zij is (net) volwassen. En daar zit voor mij het verschil.
De gedachte achter ‘ermee confronteren op jonge leeftijd’ is dat kinderen er dan vroeg aan wennen en niet veroordelen wanneer ze er later mee worden geconfronteerd.
Wat ik online lees aan voorbeelden over ‘wat doet de school’ is (vind ik) onschuldig.
• Gesprekken over dat jongens met poppen mogen spelen en meisjes met auto’s.
• Het voorlezen van prentenboeken waarin een jongetje bijvoorbeeld graag prinsessenjurken draagt
“Veel basisscholen doen mee aan nationale campagnes zoals Paarse Vrijdag om een tolerante sfeer te creëren. Organisaties zoals COC Nederland bieden hiervoor lesmateriaal aan. Bij kleuters gaat dit vaak simpelweg over ‘mogen zijn wie je bent’ en aardig zijn voor elkaar.”
Maar nogmaals: ik heb zelf geen kinderen, kan me er daarom ook niet echt in verplaatsen.