Ongeveer een maand geleden keek ik voor het laatst in dat gruwelijke slaap-boek.
Ik las: als je een paar nachten wél goed slaapt, denk dan maar niet dat het nu beter met je gaat en dat je aan de beterende hand bent.
En denk helemaal niet dat je bijna bent genezen.
Vals kreng, dacht ik.
De afgelopen week sliep ik twee keer (relatief) goed.
Wat in mijn geval betekent: na iets meer dan een uur in slaap vallen.
Dus maakte zich wel degelijk een zeker optimisme van me meester.
Niet dat ik dacht dat de ellende van de slapeloosheid óver was.
Maar goeie kans toch dat het nu geleidelijk beter ging?
Vanavond begon goed.
Lexje kwam om 1 uur binnen, snackte wat en ging naar bed.
Ik zette de PC uit en kroop erbij.
Kom maar op, slaap!
Ik ben er klaar voor!
En hier zit ik.
Kwart voor drie en bozig tikkend en klaarwakker.
Ik moet ook nog snel terug naar bed anders wordt Babypoes óók wakker en vertrekt tot een onchristelijk tijdstip ergens tussen 4 en 6.
Ik vind mezelf nogal zielig.
Geef een reactie