De bel gaat.
Op de stoep staat een meisje-met-een-bontkraag dat me namens een van de vele hah-bladen die hier linea recta oud papier gaan een gelukkig nieuwjaar wenst.
Ze is te vroeg.
Ik heb nog geen geld klaargelegd.
Ik tast in het kastje naast de voordeur waar voor de goede doelen die het sinds de NIET AANBELLEN sticker niet meer durven om aan twe bellen altijd een paar munten van 50 cent klaar liggen.
Die geef ik haar en excuseer me dat het niet meer is.
Aangezien ik haar dus nog niet had verwacht.
“Niet erg, hoor” zegt ze.
Waarna ik wél munten klaar leg.
Maar even helemaal kwijt ben wat al die vele bezorgers van al die vele flutkrantjes horen te krijgen.
Geef een reactie