Delicatessen
29 april 2008
Op de grens tussen Graft en De Rijp staat dit stalletje met alles wat een knaagje maar begeert.
Betalen gaat via de kassa.
Op de grens tussen Graft en De Rijp staat dit stalletje met alles wat een knaagje maar begeert.
Betalen gaat via de kassa.
Gegroet gij allen, out there.
J. is uitgevlogen en ik heb me temidden van het gedierte gevestigd, op een heerlijk moment nu alles aan het groeien en bloeien is. Jammer voor J., vond ze zelf ook, maar haar wachten de verrukkingen van Arizona.
NRC/H’blad liep donderdag nog iets op de feiten vooruit, maar zij hadden het over die imaginaire polder, terwijl die van J/mij zeer echt is. De katten zijn snel in de zij-is-op-reis-modus overgegaan: hun vaste, sterk van de normale gewoontes afwijkende slaap- en zit plekken, niet zeuren om rosbief en niet geaaid willen worden of op schoot zitten. Madame Eeb – alweer wat ouder maar vitaal zat – heeft de bank voor de zetel ingeruild (wegens: ik zit op de bank en J. op de zetel) waar ze langdurig gezelschap van Sammie krijgt. Guus houdt zich op een afstand, op drie verschillende plekken, maar realiseert zich inmiddels wel dat ik geen kwaad volk ben (wat overigens iets anders is dan goed volk). Knagers en kippen zetten hun autonome en ondernemende leven gewoon voort. Dat ik van plan ben om de “wilde knagers” te verjagen en Agnes & Femke wil leren om samen Hillary & Co in het kippenhok op stok te gaan, weten ze nog niet. Ambitieuze plannen, vind ik zelf.
PS: of de foto van Eeb met NRC/H’blad’s kop: Ontspannen sfeer keert terug in de polder over het Voorjaarsoverleg boven dit bericht verschijnt, is me onduidelijk. Mijn gewenning aan J.’s pc is nog niet voltooid.
Ik geef de knagers achterin eten en blijf-er-even-bij.
Uit het holletje waaruit ik eerder iemand zag opduiken komt even een grijs snoetje maar het duikt weer weg.
Ik hou vol.
Dan zie ik langs de steiger een bruin exemplaar aankomen. Formaat kleine rat. Of toch woelmuis? Het klimt in de konijnenren na een minuut gevolgd door nog zo 1.
Een ervan komt via onder het konijnenhok naar de konijnen toe die eten.
De konijnen zijn *niet* bang (wat kenmerk zou zijn van ‘rat’) maar het diertje jat wel het bruine broodje dat tot de maaltijd hoorde en verdwijnt ermee onder het hok.
Ik haal een nieuw broodje – voor de konijnen. Dat binnen een minuut wordt weggehaald door een andere onmiskenbaar roodbruine/donkerbruine muis/rat die ermee in de aarde verdwijnt.
Tegelijk duiken in de cavia-ren drie beestjes op die erg lijken op het grijze exemplaar waarvan ik laatst een foto plaatste – alleen zijn ze kleiner.
Zijn het ratten, zijn het muizen. Wat het ook zijn – het zijn er wel erg veel.
Terwijl ik dit zit te schrijven belt R. en ik vertel hem wat ik zag en zeg “dat er iets moet gebeuren” wat hij beaamt en waarna we niet in details treden.
EenVandaag wil weten hoe trots ik ben op Nederland en braaf vul ik de eerste vragen in tot ik er hier ongeveer ontzettend genoeg van krijg:
Hier onder ziet u een lijst met bekende Nederlanders. Wie vertegenwoordigt volgens u het best ‘het Nederland gevoel’?
U kunt maximaal vijf antwoorden geven.
Bij ‘andere Nederlander, namelijk’, kunt u uw eigen kandidaat toevoegen.
Yolanthe Cabau van Kasbergen�
Erik Hulzebosch�
Jan Marijnissen�
Erica Terpstra�
Geert Wilders�
Koningin Beatrix�
Jan Smit�
Clarence Seedorf�
Linda de Mol�
Gordon�
Ali B.�
Paul de Leeuw�
Guus Hiddink�
Sophie Hilbrand�
Gerard Joling�
Erben Wennemars�
Jan Peter Balkenende�
Beau van Erven Dorens�
Prinses Máxima�
Erben Wennemars�
Wouter Bos�
Anky van Grunsven�
Ronald Koeman�
Daphne Deckers�
Prins Willem-Alexander�
Yvon Jaspers�
Frans Bauer�
Jürgen Raymann�
Joop Zoetemelk�
Rita Verdonk�
Louis van Gaal�
Johan Cruijff�
Marco Borsato�
Youp van ‘t Hek�
Andere Nederlander, namelijk:
Stress-stress doet deze dag.
Wat geheel mijn eigen fout is.
Anders leg ik altijd al minstens een week vantevoren van alles klaar.
Nu had ik dat juist om *niet* te gaan stressen uitgesteld tot de laatste middag.
Niet meer doen.
Een stress-hoofd kan niet logisch denken.
Zelfs niet met een af te vinken lijstje.
Wat ik verder móest doen, heb ik grotendeels gedaan.
Behalve de VU bellen om een afspraak te maken voor de second opinion over mijn gebit.
Slap, slap.
Intussen stellen Sammie en Eebje zich al in op de komende weken.
* onder ogen zien dat ik de VU niet bel
* E. mailen
* rugzakje pakken o.a. boterhammen maken
* Fanloggen
* bedenken wat ik vergeet
Even snel Callas en Madonna branden dacht ik en toen bleek ik Callas deel 1 in dezelfde map als Di Stefano te hebben gegooid dus dat was eerst ontwarren geblazen (Di Stefano maar weggekieperd).
Maar toen ik deel 2 binnenhaalde was dat niet compleet en hetzelfde geldt voor Madonna. Wat aan mij ligt aangezien niemand anders daarover klaagt. En hulp vragen heeft weinig zin als ik er niet op kan wachten.
(baal-baal)
Morgen om deze tijd ben ik net opgestegen (mag ik van harte hopen anders heb ik vertraging en zit ik 9 uur te stressen of ik mijn aansluiting in Atlanta wel haal).
Ik heb al gedaan
* google alerts op eens per week zetten
* lijsten opzeggen
* pakje aan klant verzenden
* kattenbakken verschonen
Ik moet nog
* wasmand uitruimen
* backuppen
* Madonna branden, Callas branden [helaas: lukt niet]
* bestelling klaarleggen en nu nóg een bestelling klaarleggen
* E. mailen
* playlist Fanlog bijwerken (en nog 2x Fanloggen)
* VU bellen over second opinion (hiervoor vrees ik het ergste)
* koffer pakken (en tig dingen die mij nu niet te binnen schieten)
Over anderhalve dag ben ik weg.
Knagers, kippen (ratten) – ze hebben geen idee. En ook de eenden zullen er niet veel diepe gedachten aan wijden.
De katten dan. Eeb merkt niets. Wat me de zegen lijkt van oud en simpel.
Guus en Sammie klampen zich aan me vast. Zitten op het bureau. Zitten voor het toetsenbord. Hangen tegen me aan.
Guus kan ik na een tijdje (‘ok nu even niet’) weg zetten. Sammie wijkt niet. Die wil op schoot, wil voor het toetsenbord op z’n rug (en dan moet ik buikje aaien) en als ik in bed lig, wil hij dicht-dicht tegen me aan. En spint.
Over twee dagen ben ik er niet. En over twee weken mis ik ze even hard terúg.
heeft die rare knevel afgeschoren, zie ik.
Verstandige zet.
Mijn auto zit onder de vogelpoep en soms laat ik hem dan even wassen voor ik hem overdraag aan R.
Nu niet, zeg ik tegen ‘m want daarvoor heb ik het te druk.
Waarméé dan, vraagt die.
En zo op de vrouw af schiet me weinig te binnen.
In de loop van de middag des te meer.
Opeens wordt me duidelijk dat ik het niet réd, alles af krijgen voor woensdagochtend.
Eigen dingen, Fanlog-regeldingen, Winkel-dingen, mensen-mailen-dingen.
Dan holt een witte eend vanuit de sloot mijn tuin op.
Krijs-krijs-krijs. Helemaal over de rooie.
En niet omdat een stel woerden het op haar eer hebben voorzien.
Ze zit ergens te broeden, heeft even de eieren verlaten voor een snelle snack en héb ik die voor haar?
Tuurlijk heb ik die dus snel ik naar beneden, snijd broodjes, strooi kippengraan, werp duivenpinda’s.
Slobber-slobber-eet doet de eend en na tien minuten (of was het zeven) gaat ze op de wieken terug naar de kids-to-be.
(PM voor R.: hereneenden die eten willen negeren, koppeltjes voeren en dameseenden-in-nood onthalen)
Zaterdag zat in het Radio 1 Journaal een man die een boek had geschreven over dat de zorg slecht is geregeld. De man was internist en filosoof en nog zowat.
Alleen begon hij direct over zichzelf. Dat hij prostaatkanker had en dat hij was opgegeven en dat hij toen alternatieve therapieën ging proberen en nu was genezen door het drinken van chloorazijn. O got, dacht ik. En: dit heeft de redactie vast niet verwacht en zeker niet bedoeld.
Ik schreef erover op Fanlog en nu stijgt ons bezoekersaantal opeens tot grote hoogten door mensen die zoeken op ‘chloorazijn’. Iemand mailde me hoe ze met de man in contact kon komen (die verwees ik naar z’n hyve). Iemand anders zette net onder een stukje van mij over iets heel anders: wie was de man van de chloorazijn.
Het lijkt of er een nieuwe Jomanda/Millecam-situatie ontstaat.
Ik voer mijn knagers en uit een hol in de cavenren duikt een kopje op.
Een snuitje. Een snuitig snuitje. Een erg lief snuitje.
Grijzig.
En als het zich iets opricht zie ik een lichter buikje.
Lief. Erg lief.
En helemaal niet groot-als-een-rat.
Eigenlijk best kjoet.
Dan duikt kjoet diertje weer onder in z’n hol en ga ik googlen welke muis hij is.
En misschien is-ie echt toch een muis.
Maar het diertje dat ik zag leek wel heel erg hierop.
De bruine rat.
Ik heb vandaag best veel gedaan en ook nog een hoop bedacht en eerst gaf niemand sjoege maar toen dook Hansje op dus was ik in elk geval niet meer een roepende in de Fanlog-organisatie-woestijn.
Ik zat een uur aan de telefoon met R. om met hem door te nemen hoe hij mooie berichtjes en foto’s op dit log kan zetten wanneer ik weg ben. En iets in *mij* triggert bij hem ‘dom’-modus (hij zei het zelf) waarna ik extra ‘juf’ ga doen (zgn-geduldig-maar-intussen) om af te sluiten met dat hij nu nog eens goed moest gaan oefenen in eigen-tijd.
Daarna bezocht ik een uur bevriende buurvrouw L. om kennis te maken met Friese Stabij pup Tashi. Ik had me voorgenomen ouwe New Foundlander Eileen (die ik af en toe buiten en weer binnen laat) extra aandacht te geven. Die was helemaal ‘in’ voor aandacht maar Tashi ook en voor ik het wist had ik een pup in m’n armen die m’n gezicht likte en “mag dat wel” vroeg ik aan L. maar die zei dat het juist goed was omdat Tashi zo leerde niet eenkennig te zijn.
=Eileen
=Tashi
Schrijf ik weer eens een Zondagverhaal voor Fanlog en helemaal *niemand* reageert